Hoe is de bankspaarhypotheek ontstaan?

De geschiedenis van de bankspaarhypotheek

Het ontstaan van de bankspaarhypotheek voert eigenlijk al terug tot de jaren ’80 van de vorige eeuw. Toen ontstond de traditionele spaarhypotheek, de voorganger van de huidige bankspaarhypotheek. Toch duurde het tot 2008 voordat de bankspaarhypotheek officieel als hypotheekvorm in Nederland mogelijk werd. Op deze pagina vindt u alle informatie over het ontstaan en de geschiedenis van de bankspaarhypotheek.

Vanaf 1980: het ontstaan van de spaarhypotheek

De spaarhypotheek werd al in de jaren '80 bedacht door de banken als een slimme hypotheek die maximaal gebruik maakte van het recht op hypotheekrenteaftrek. Vanaf 1990 is de spaarhypotheek populair geworden bij het grote publiek. De rente over de hypotheek was en is tot 2013 altijd volledig aftrekbaar geweest. Dat betekende dat de hypotheekrenteaftrek altijd over de gehele hypotheeksom aftrekbaar was, ongeacht of er werd afgelost of niet. Het maakte voor het recht van hypotheekrenteaftrek dus niet uit of de hypotheek tijdens de looptijd via maandelijkse aflossingen werd afgelost, of in één keer aan het einde van de looptijd. Sterker nog: om maximaal belastingvoordeel te behalen, was het handiger om de hypotheek aan het einde van de looptijd in één keer af te lossen. Zo ontstond de spaarhypotheek. Naast de hypotheek werd een spaarverzekering afgesloten. In deze spaarverzekering werd elke maand een bedrag gestort die samen met de te ontvangen rente over de maandelijkse stortingen voldoende was om de hypotheek aan het einde van de looptijd in één keer af te lossen. In de verzekering werd tegelijk een dekking bij overlijden opgenomen, zodat de spaarhypotheek ook zekerheid tijdens de looptijd van de hypotheek bood.

2001: nieuw belastingstelsel

Met de komst van het nieuwe belastingstelsel in 2001 veranderde er veel op het gebied van hypotheken. Voor 2001 was hypotheekrente bijna altijd aftrekbaar, ook al werd de hypotheeklening voor andere zaken gebruikt dan het kopen of verbeteren van een eigen koopwoning. Daar kwam vanaf 2001 verandering in. Vanaf dat moment was de hypotheekrente alleen nog aftrekbaar als de lening werd gebruikt voor de aankoop of verbetering van de eigen koopwoning (hoofdwoning). De rente over leningen of hypotheken voor tweede woning, caravan, boot of auto was daarmee niet meer aftrekbaar.

Tegelijkertijd kwam er ook sinds 2001 een mogelijkheid om belastingvrij te sparen voor de aflossing van de hypotheek voor uw eigen woning, de vrijstelling eigen woning. Met deze vrijstelling eigen woning kunt u sparen om uw hypotheek voor de eigen woning af te lossen, zonder belasting over het spaarsaldo te hoeven betalen. In eerste instantie was deze vrijstelling er alleen voor spaar- en beleggingsverzekeringen. Daarom kreeg de vrijstelling de naam "KEW" vrijstelling, waarbij KEW staat voor Kapitaalverzekering Eigen Woning. Een kapitaalverzekering is een verzamelnaam voor spaar- en beleggingsverzekeringen. Ook de spaarhypotheek bleef hierdoor na 2001 mogelijk, waarbij de spaarverzekering als een kapitaalverzekering eigen woning kon worden aangemerkt. Wel werd opgenomen dat deze KEW-kapitaalverzekering maximaal 30 jaar mocht lopen. Dit betekende dus wel dat de hypotheek uiterlijk in 30 jaar afgelost moest worden. Dit sloot aan bij het recht op hypotheekrenteaftrek, dat vanaf 2001 ook werd gemaximeerd op 30 jaar.

Na 2001: roep om meer concurrentie en transparantie

Al enkele jaren na 2001 ontstond vanuit de politiek de roep om meer concurrentie en meer transparantie op markten waar verzekeraars traditioneel sterk aanwezig waren, zoals de hypotheekmarkt. Dit zou tot lagere tarieven en meer duidelijkheid voor de consument moeten leiden. Deze roep werd verder versterkt toen bleek dat de verzekeraars met de woekerpolissen meer met eigen belang bezig waren dan met het belang van de consument. De hele woekerpolisaffaire kwam vanaf 2006 aan het licht door onderzoek van Autoriteit Financiele Markten (AFM). Tros Radar maakte de hele affaire publiekelijk en landelijk nieuws in haar uitzendingen eind 2006. Vanaf dat moment werd de roep om aanpak van de verzekeraars steeds groter. Er moest een transparanter alternatief voor de vaak ingewikkelde en onduidelijke verzekeringsproducten komen!

2008: De bankspaarhypotheek is geboren

Vanaf begin 2007 kwamen de ontwikkelingen in een stroomversnelling. In de tweede helft van 2007 werd het wetsvoorstel banksparen aangenomen in de eerste en tweede kamer, waarmee het per 1 januari 2008 daadwerkelijk beschikbaar was: banksparen was geboren! Bij hypotheken was de komst van banksparen ook direct merkbaar. Want voortaan was het belastingvrij sparen voor de aflossing van de hypotheek niet alleen meer mogelijk via een kapitaalverzekering. Vanaf 1 januari 2008 kon men ook belastingvrij sparen voor de aflossing van de hypotheek door gebruik te maken van een bank(spaar)rekening of een beleggingsrekening.

Hiervoor werden er vanaf 1 januari 2008 2 nieuwe vrijstellingen toegevoegd aan de bestaande KEW-vrijstelling voor kapitaalverzekeringen:

SEW-vrijstelling: Spaarrekening Eigen Woning vrijstelling.

Hiermee kan belastingvrij gespaard worden op een spaarrekening met als doel daarmee uiteindelijk de hypotheek af te lossen.

BEW-vrijstelling: Beleggingsrecht Eigen woning vrijstelling.

Hiermee kan belastingvrij belegd worden op een beleggingsrekening met als doel daarmee uiteindelijk de hypotheek af te lossen.

Hiermee was de bankspaarhypotheek ontstaan. Voortaan was het ook mogelijk om belastingvrij te sparen of beleggen voor de aflossing van een hypotheek door middel van een bancaire spaarrekening of beleggingsrekening. Voor 1 januari 2008 was dit alleen met (kapitaal)verzekeringen via verzekeraars mogelijk.

Met de komst van de bankspaarhypotheek per 1 januari 2008 kon iemand die een hypotheek afsloot voortaan 30 jaar lang maximaal gebruik maken van het recht op hypotheekrenteaftrek. En tegelijkertijd belastingvrij sparen op een bank(spaar)rekening voor een bedrag gelijk aan de hypotheeksom. Hiermee kon na 30 jaar de hypotheek in één keer afgelost worden. Omdat bank(spaar)rekeningen simpeler en transparantere producten zijn dan spaarverzekeringen en ook nog eens fors lagere kosten kenden, werd de bankspaarhypotheek vanaf de introductie direct een groot succes. Elk jaar werden er meer en meer nieuwe bankspaarhypotheken afgesloten.

2013: geen bankspaarhypotheek meer voor starters

Vanaf 1 januari 2013 werd de bankspaarhypotheek alweer door de ontwikkelingen en de gevolgen van de kredietcrisis ingehaald. Was het decennialang zo geweest dat het recht op hypotheekrenteaftrek onafhankelijk was van aflossingen op de hypotheek voor de eigen woning, vanaf januari 2013 werd dit veranderd.

Voortaan hebben huizenkopers alleen nog maar recht op hypotheekrenteaftrek, als er tijdens de looptijd van de hypotheek wordt afgelost. En de looptijd van de hypotheek mag ook niet langer zijn dan 30 jaar. Dat betekent dat er alleen recht op hypotheekrenteaftrek is als een hypotheek, die voor een eigen woning is afgesloten, volledig in maximaal 30 jaar wordt afgelost. De aflossingen mogen daarbij alleen nog maar annuitair (oplopend: in het begin laag, aan het einde hoog) of lineair (gelijkblijvend: 30 jaar lang, elke maand hetzelfde bedrag aan aflossing) plaatsvinden.

Daarmee is het bestaansrecht van de bankspaarhypotheek voor huizenkopers vanaf 2013 vrijwel nihil geworden. De hypotheekrenteaftrek is financieel dusdanig interessant, dat de voordelen van banksparen er niet tegen op kunnen wegen. Maar desondanks blijft de bankspaarhypotheek voor alle huizenbezitters die in 2012 al een hypotheek hadden, een interessante hypotheekvorm.

Meer informatie over de bankspaarhypotheek
Meer informatie over de hypotheekrenteaftrek
Online de maximale hypotheek berekenen